Start visualiseren – Projectweek 5

De voorbije weken hebben Jonas en ik de tijd genomen om verzamelde informatie door te nemen. Tijdens het lezen vormden we ons ook een beeld van hoe de infografiek er zou gaan uitzien. We bespraken eerst wat we wel en niet op de infografiek wilden. Het is namelijk noodzakelijk dat bepaalde begrippen eerst uitgelegd worden. Een ander gegeven was ook dat je colormanagement vanuit verschillende manieren kunt benaderen.

Een eerste manier is volgens de stappen die gebeuren tijdens het verwerken van de afbeeldingen en andere documenten. Dus eerst een opname met een digitale camera, gevolgd door weergave op een beeldscherm, proofing en uiteindelijk de uitvoer naar de drukpers.

Een tweede manier die naar voor kwam, was volgens de betrokken personen in de verschillende processen. Zo heb je een fotograaf, een ontwerper, een repro en een drukker.

Meneer L. Berth kwam ook even bij ons zitten om te luisteren naar waar we stonden. Hij gaf zelf ook tips over wat hij zelf in de infografiek zou zetten.

Vervolgens zijn we gestart met het maken van enkele ideeschetsen. Zo hebben we al een eerste idee van waar we wat zouden kunnen plaatsen. Nadat we deze kort met elkaar besproken hebben, zijn we gestart met deze digitaal een beetje uit te werken. We zijn nu dus bezig met het maken van digitale schetsen.

This entry was posted in Color management. Bookmark the permalink.

One Response to Start visualiseren – Projectweek 5

  1. Annick Van Kerckhove says:

    Ik zou alle goede zinnen en alinea’s kunnen bejubelen, maar ik beperk me tot opbouwende feedback daar waar de tekst voor verbetering vatbaar is.

    Ik merk dat ik bepaalde alinea’s twee keer moet lezen om te begrijpen wat nu effectief voorbij is, wat nog moet komen en wat voorwaardelijk is. Je mengt, binnen één paragraaf, de tijden (en wijzen) van de werkwoorden niet altijd met rede door elkaar.
    “Een ander gegeven was ook dat je colormanagement vanuit verschillende manieren kunt benaderen.” –> Ik denk dat dit een gegeven is en nog steeds is. Door “was” te schrijven, lijkt het over een opgelost probleem te gaan. Dit is maar één voorbeeld. Tip: denk na bij de tijden en wijzen die je gebruikt.
    Pas ook op dat je uitdrukkingen niet door elkaar haspelt. Bijv.: correct zijn: ‘iets op een bepaald manier doen’ en ‘iets vanuit verschillende invalshoeken benaderen’. Dus niet: “vanuit verschillende manieren benaderen”
    Dergelijke zinsconstructie kan evenmin: “Meneer L. Berth kwam ook even bij ons zitten om te luisteren naar waar we stonden.” Je kan luisteren naar iets of naar iemand, niet ‘naar + een bijzin die begint met een vraagwoord’. Verbetersuggestie: Mijnheer Berth kwam even bij ons zitten om te vernemen waar we stonden. OF ‘…. om te horen hoever we staan met ….’

    Ten slotte, een tekst leest vlotter als je veel actieve werkwoorden schrijft. Vermijd nominaliseringen. Dit betekent: maak niet van iets dat eigenlijk een werkwoord, een actie is, plots een zelfstandig naamwoord. Bijv.: We zijn gestart met het maken van ideeschetsen. –> We maakten enkele ideeschetsen.

    Veel succes verder!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Connecting to %s